Gedragscode DAAR

1. Medewerkers – cliënten

Respectvol handelen
De medewerker handelt op basis van respect voor de emotionele, culturele en fysieke integriteit van de cliënten. Ieder niet-functioneel gedrag van een medewerker dat een cliënt in zijn of haar emotionele, culturele en/of fysieke integriteit aantast, is verboden. Dat betekent respect tonen voor de eigenheid, zelfstandigheid en persoonlijke levenssfeer van de zorgvrager en bewust zijn van de professionele rol die je als hulpverlener inneemt.

Privacy en geheimhouding
De medewerker bewaakt en geeft uitvoering aan het privacyreglement van DAAR; hij is verplicht tot geheimhouding van informatie die hem tijdens het werk ter kennis komt. Uitzondering vormt functioneel overleg met collegae, leidinggevenden en andere disciplines. Deze verplichting geldt ook na beëindiging van het dienstverband. De privacy van cliënt staat hoog in het vaandel. Het wordt van de medewerker verwacht dat hij alles zal doen om geheimhouding en privacy te waarborgen.

Agressieve gedragingen
Agressief en intimiderend gedrag jegens een cliënt is nimmer toegestaan.

Fysiek ingrijpen
In situaties waarin gevaar voor de cliënt, medecliënt of werknemer aanwezig is en fysiek ingrijpen nodig is wordt gehandeld conform de gevolgde weerbaarheidscursus en aan de hand van de instelling geldende regels. Wij werken nooit beheersmatig en streven altijd naar zo min mogelijk fysiek ingrijpen en dienen dit slechts als noodmaatregel te gebruiken.

Professionele afstand en vertrouwen
De medewerker is zich ervan bewust dat hij de juiste balans moet vinden tussen professionele afstand en intieme nabijheid. De medewerker moet zich realiseren dat de cliënt de begeleider/ster vertrouwen schenkt en dat vertrouwen niet beschamen.

Seksuele gedragingen
De medewerker gaat niet in op en neemt zelf geen initiatief tot seksuele gedragingen jegens een (ex)cliënt en zal ten alle tijden de cliënt beschermen tegen onnodige gevaren, kwetsende opmerkingen, onprofessionele aanrakingen en angsten.

Persoonlijke relaties
De medewerker gaat geen (intieme) persoonlijke relatie aan met een (ex)cliënt. Tijdens het werk wordt er tijd en aandacht geschonken die nodig zijn voor de werkrelatie en ter bevordering van het welbevinden van de cliënt. De medewerker is zich ten alle tijden bewust van zijn professionele rol en de invloed die daarmee samen hangt.

Verliefdheid
In een professionele relatie met een medewerker kan een cliënt verliefd worden op een medewerker. Ook kan het gebeuren dat een medewerker verliefd wordt op een cliënt. In beide gevallen meldt en bespreekt de medewerker dit direct met zijn leidinggevende en wordt een passende oplossing gezocht zodat de hulpverlening hiervan geen schade ondervindt.

Cadeaus
De medewerker geeft geen cadeaus aan of ontvangt geen cadeaus van (ex)cliënten. Gebruikelijke kleine presentjes hiervan uitgezonderd, zoals een bos bloemen. Bij twijfel overlegt de medewerker altijd met de leidinggevende. De medewerker houdt in woord en daar zoveel mogelijk enige vorm van cadeaus of attentie af.

Commerciële handelingen
De medewerker gaat niet in op en neemt geen initiatief tot commerciële handelingen jegens een (ex)cliënt.

Alcohol en drugs
De medewerker gebruikt tijdens werktijd geen alcohol of drugs en werkt niet onder invloed van alcohol of drugs. Medewerkers hebben hierin een voorbeeldfunctie. Ook zullen medewerkers ten alle tijden ernstige situaties van alcohol of drugsgebruik van cliënt melden via de incidentmeldingen.

Bezoek in thuissituatie
Het is de medewerker alleen functioneel en met uitdrukkelijke toestemming van de leidinggevende toegestaan om cliënten uit te nodigen, c.q. mee te nemen naar de eigen thuissituatie of cliënten te bezoeken in de thuissituatie tijdens en/of na beëindiging van de zorg- en dienstverlening.

Bezoek in thuissituatie
Het is de medewerker alleen functioneel en met uitdrukkelijke toestemming van de leidinggevende toegestaan om cliënten uit te nodigen, c.q. mee te nemen naar de eigen thuissituatie of cliënten te bezoeken in de thuissituatie tijdens en/of na beëindiging van de zorg- en dienstverlening.

Foto’s cliënt
Het is de medewerker nooit toegestaan foto’s te maken van cliënt, zijn privéleven of van zijn thuissituatie. Indien er functioneel en met uitdrukkelijke toestemming van de leidinggevende foto’s gemaakt mogen worden dan zal er altijd nadrukkelijk toestemming gevraagd moeten aan cliënt en deze toestemming schriftelijk vastgelegd moeten worden.

Medicatie en verpleegkundige handelingen
Alleen wanneer een medewerker bekwaam en bevoegd is wordt hij geacht medicatie te verstreken en/of verpleegkundige handelingen te verrichten. De medewerker dienst hier zorgvuldig mee om te gaan. De medewerker dient zichzelf goed op de hoogte te houden van de protocollen zoals die gelden bij DAAR. Bij twijfel overlegd medewerker altijd met de leidinggevenden.

2. Medewerkers onderling

Respect
De relatie tussen medewerkers onderling is primair een werkrelatie, waarin respect voor elkaar en de emotionele, culturele en fysieke integriteit van een ieder voorop staan. Ieder gedrag dat een collega in zijn/haar emotionele, culturele en/of fysieke integriteit aantast, is verboden. Men heeft respect voor elkaars meningen en gaat ten alle tijd op fatsoenlijke wijze met elkaar om.

Samenwerken
Medewerkers helpen en ondersteunen elkaar waar nodig, in welke positie of functie er ook gewerkt wordt. Men heeft aandacht voor elkaars manieren, waarden, argumenten en maakt gebruik van elkaars sterke kanten.
Feedback wordt eerlijk, tijdig en correct gegeven.

Ongewenst gedrag
Ongewenst gedrag/intimiteiten en seksuele intimidatie tussen medewerkers onderling zijn ontoelaatbaar.

Aanspreken
Indien een medewerker een gevoel van onvrede ervaart, bespreekt hij deze in eerste instantie met degene op wie dit betrekking heeft. Indien het gaat om het gedrag of houding van een bepaalde persoon dan wordt deze persoon hierop in eerste instantie aangesproken. Levert dit gesprek naar de mening van de medewerker onvoldoende resultaat op, dan wordt de situatie aangekaart bij de leidinggevende van DAAR, die daarop actie onderneemt.

Ongewenste intimiteiten
Indien het gaat om ongewenste intimiteiten geldt in eerste instantie hetgeen onder het vorige punt van deze gedragscode is beschreven.

Is de aard van de ongewenste intimiteit dermate zwaar of bedreigend dat betrokkene hiervan psychische of fysieke gevolgen ervaart, kan dit onmiddellijk aan de leidinggevende van DAAR worden voorgelegd, waardoor direct maatregelen genomen kunnen worden. De medewerker kan tevens een vertrouwenspersoon inschakelen.

Onderlinge relaties
Medewerkers verhouden zich als collegae ten opzichte van elkaar. Dit biedt garanties om een open werksfeer te bevorderen. Indien een relatie tussen twee werknemers zich ontwikkelt van een werkrelatie tot een liefdesrelatie zijn deze werknemers verplicht dit bij de leidinggevende van DAAR te melden zodat er een passende oplossing kan worden gezocht indien de situatie dit vereist. De leidinggevende van DAAR beslissen in zulke geval wat hierin passend is.

Openheid
Er wordt gestreefd naar openheid vanuit zowel de leidinggevenden als van de medewerkers. Openheid wat betreft communicatie, overdracht en kijken naar eigen functioneren vinden wij belangrijk.

Zelfsturendheid
Van een ieder persoonlijk dan wel in teamverband wordt verwacht tot in zekere mate zelfsturend te kunnen handelen. Bij iedere casus wordt gestreefd naar optimale zorg voor de cliënten, waarbij het werken in het multidisciplinaire team een vereiste is. Aanspreekbaar zijn en rechtstreeks communiceren zijn van belang. Er wordt constructief naar oplossingen gezocht. Voor advies en back-up kan ten alle tijden een beroep worden gedaan op de leidinggevenden en/of de bereikbaarheidsdienst. Tussentijdse terugmeldingen van de cases aan de leidinggevenden worden geacht vanzelfsprekend te zijn.

Computergebruik
Het gebruik van mail en internet op de werkplek, dient alleen voor werk gerelateerde vragen en niet voor privédoeleinden. Het geven van privéadres en mailadressen aan cliënten wordt gezien als het schenden van de integriteit. Van belang is het ook terughoudend te zijn m.b.t. het vermelden van privégegevens op social media zoals als facebook en andere website waarop foto’s en privegegevens kan worden gedeeld.

Telefoongebruik
Het gebruik van de telefoon van de werkplek dient alleen aan het werk gerelateerd te zijn. Het bellen met eigen mobiele telefoons (of gerbuik van apps zoals whatsap en/of andere social media) tijdens de dienst dient beperkt te worden tot werkgerelateerde en dringende zaken.

WIJ ZIJN DAAR